Hoe worden droge ogen gediagnosticeerd?

Een stabiele traanfilm en voldoende bevochtiging van het oogoppervlak zijn fundamenteel voor de aanvoer van voedingsstoffen, en bescherming van de ogen. Symptomen als roodheid, jeuk of een branderig gevoel aan de ogen kan een indicatie zijn dat de traanfilm niet optimaal is samengesteld. Bij zulke klachten dient men een specialist te raadplegen, want die kan droge ogen diagnosticeren.

De specialist heeft verschillende methoden en technieken om de bevochtiging van het oog te testen. Deze zal eerst een eenvoudig onderzoek doen met behulp van een spleetlamp, die het oog vergroot. Daarbij kan de specialist een eerste indruk krijgen van de gezondheid van het oog. Hier vindt u meer informatie over andere methoden: het meten van het BUT van de traanfilm, de zogenaamde Schirmertest, of het tijdelijk kleuren van het oogoppervlak

Bij droge ogen is het breekinterval korter

Bij problemen met oogbevochtiging breekt de traanfilm snel, en komt het gevoelige hoornvlies bloot te liggen. Dit proces kan visueel worden gedetecteerd, en dus worden gebruikt voor de diagnose droge ogen. Hiervoor geeft een specialist het traanvocht een kleurtje met een fluorescerende kleurstof (meestal fluoresceïne). De patiënt mag niet knipperen tijdens het onderzoek en moet de ogen openhouden. De specialist kan breuken in de bevochtiging duidelijk vaststellen met behulp van gekleurd licht uit de spleetlamp. De specialist zal de tijd meten die verstrijkt tot de eerste breuken ontstaan. Bij een BUTl van minder dan tien seconden, duidt dit op een verstoring van het vetgehalte van het traanvocht.
 

Verminderd traanvocht kan met de Schirmertest worden vastgesteld.

Om droge ogen te diagnosticeren is de zogenaamde Schirmertest een belangrijke procedure, omdat hierbij een kleinere hoeveelheid traanvocht zonder twijfel kan worden vastgesteld. Hierbij wordt een klein strookje papier met gesloten ogen op het onderste ooglid vastgezet. Soms worden van tevoren verdovende oogdruppels ingebracht om irritatie van het oogoppervlak te verminderen. Het vloeipapiertje zuigt zich in vijf minuten vol traanvocht. Na afloop dient minstens een centimeter van het vloeipapiertje vochtig en gekleurd te zijn. Wanneer het vloeipapiertje echter minder dan een centimeter bevochtigd is, is er sprake van gebrek aan waterige bestanddelen in de traanfilm.
 

Het kleuren van dode cellen om droge ogen vast te stellen

Op het oogoppervlak bevinden zich altijd enkele dode cellen. Als de traanfilm is verstoord, leidt dit tot een toename van het aantal dode cellen. Wanneer de kleurstoffen Lisaminegroen of Bengaals rose in het oog worden gedruppeld, kleuren deze de beschadigde of dode cellen van het hoornvlies en het bindvlies. Levende cellen worden niet gekleurd. Als door het kleuren veel dode cellen zichtbaar worden, dan is dit een indicatie van bevochtigingsproblemen.
 

Veranderingen in het bindvlies leiden tot meer wrijving

Wanneer de traanfilm gebroken is, leidt dat tot meer wrijving van het bindvlies, en worden zogenaamde conjunctivale plooien parallel aan de ooglidrand (LIPCOF) gevormd. De mate van aanwezigheid van deze plooien duidt op de ernst van droge ogen. Bij gezonde ogen wordt geen permanente plooi gevormd, en bij droge ogen zijn een of meer plooien zichtbaar. De specialist kan deze met behulp van een spleetlamp zien, en vervolgens meer belangrijke informatie verzamelen om een diagnose te stellen.

Door verschillende methoden kan de specialist een bevochtigingstoring van het oog diagnosticeren, en een passende behandeling voorstellen. Bijvoorbeeld bevochtigende oogdruppels of zalf.

Meer interessante pagina's