Tranen en droge ogen

Voor zover bekend is de mens het enige wezen die kan huilen op basis van emoties. Daarbij maken onze ogen zoveel vocht aan dat de ogen eerst waterig worden, en vervolgens de vocht in dikke tranen over de wangen rolt!

Afgezien van het huilen produceren onze ogen voortdurend een bepaalde hoeveelheid traanvocht. Dit is nodig voor de gelijkmatige bevochtiging van de ogen en verschilt in samenstelling van tranen die worden aangemaakt door vreugde of verdriet. Emotionele tranen bevatten bijvoorbeeld een grotere hoeveelheid hormonen, en boodschappers (feromonen) die wij onbewust kunnen waarnemen door de reukzin.

Zo ontstaan tranen

Onze ogen produceren voortdurend tranen die als traanfilm ons oog oppervlak bevochtigen. Daardoor wordt ongeveer 6 tot 7 microliter per minuut aan vloeistof afgescheiden.1 Tijdens het huilen, of bij tranende ogen (epiphora) vanwege oogirritatie verhoogt de hoeveelheid aan geproduceerde vloeistof tot een veelvoud.

Verschillende klieren zijn betrokken bij de afvoer van vocht. Zij zorgen voor de verschillende samenstelling en inhoudsstoffen van tranen. Naast zouten bevatten de tranen vetten en eiwitten. Bepaalde enzymen zijn verantwoordelijk voor de wering van ziekteverwekkers die kunnen leiden tot ooginfecties.

Wanneer de natuurlijke traanproductie of bevochtiging van de ogen is verstoord, kan de traanfilm scheuren. Dit leidt tot de typische symptomen van droge ogen, zoals jeuk, roodheid of branden.

Onze tranen vormen een traanfilm van drie lagen

De traanfilm die het hoornvlies bedekt, kan worden onderverdeeld in drie lagen. De binnenste laag die het oog direct bedekt, wordt ook wel mucine genoemd. Het is eiwit- en suikerhoudend en van slijmerige consistentie. Dit zorgt ervoor, dat de traanfilm zich goed vasthecht aan het oogoppervlak. De mucinelaag wordt geproduceerd door gespecialiseerde cellen, genaamd slijmbekercellen, die zich bevinden in het bindvlies van het oog.

De daarboven liggende middenlaag maakt met 90% het hoofddeel uit van de traanfilm. Deze waterige laag bevat zuurstof en voedingsstoffen, en diverse enzymen. Het wordt gevormd door de traanklier, gelegen in de oogkas boven het bovenste ooglid.

De buitenste laag van de traanfilm wordt gevormd door een vetfilm, die wordt gevormd door de zogenaamde klieren van Meibom. Deze zogenaamde vetfase of lipidenlaag voorkomt verdamping van traanvocht en stabiliseert de traanfilm.

De traanfilm heeft belangrijke taken

.De traanfilm vervult verschillende belangrijke functies: bescherming van het oogoppervlak en met name het hoornvlies tegen uitdroging, en voorziet die van voedingsstoffen, hormonen en zuurstof. Bovendien reinigt het door de constante vloeiende beweging de conjunctivaalzak onder het ooglid, en het oogoppervlak. Daarnaast vormen de tranen een fysieke barrière tegen ziekteverwekkers en bestrijden deze met speciale enzymen. Ook voor ons visuele vermogen is de traanfilm van groot belang, omdat het een positief invloed heeft op het zichtvermogen.

De traanafvoer

Omdat er steeds traanvocht wordt geproduceerd, dient er een deel van de vloeistof ook weer te worden afgevoerd. Hiervoor zijn aan de binnenkant van het oog kleine openingen in de huid, de bovenste en onderste traanpunten. Zij absorberen het overtollige vloeistof en leiden deze door smalle doorgangen, de zogenaamde canaliculi en tranenzakken, direct naar de neusschelp.

Scheuren in de traanfilm en droge ogen

Wanneer de hoeveelheid traanvocht te laag is of de samenstelling van de tranen niet optimaal is, kan het gebeuren dat de traanfilm scheurt. Dit is het geval wanneer het aan vocht ontbreekt in de middelste, waterige laag, of wanneer vetbestanddelen traanvocht ontbreken, die nodig zijn voor de stabiele opbouw van de buitenste vetfase.

Scheuren in de traanfilm leiden tot een snellere irritatie van het oog door vreemde stoffen of door het natuurlijke knipperen. De beschermende functie van de traanfilm wordt daardoor opgeheven, en het zuurstof en de voedingsstoffen naar het hoornvlies zijn niet meer voldoende. Het oog probeert dit tegen te werken en verhoogt de traanproductie. Echter, de extra tranenhoeveelheid is niet altijd genoeg, of de traanfilm is onstabiel vanwege een verkeerde samenstelling. Symptomen zoals een brandend gevoel, jeuk of het gevoel dat er iets in het oog zit kunnen optreden. De oplossing is in dit geval bevochtigende oogdruppels en oogzalven, enerzijds om de hoeveelheid vloeistof te compenseren en anderzijds voor het verbeteren van de samenstelling van de traanfilm.

 

1 Oogheelkunde, Grehn, 31. Editie Springer Verlag

Meer interessante pagina's

Cookie-Einstellungen bearbeiten